Overgang Revi II naar Revi III
Vraagstelling
Wat is de bepalende risicocontour? Is dat de contour die is ingetekend op de risicokaart (RRGS) of de situatie behorende bij een vigerende aanvraag. Moet de vigerende milieuvergunning worden aangepast (ambtshalve of op verzoek) om de juiste contour te verkrijgen?
Aanpak en oplossingsrichting
- Er mag altijd worden gerekend;
- Opvragen van de stikstofgegevens;
- Welke brandbestrijdingssysteem is aanwezig (nu anders dan bij CPR);
- Het vloeroppervlak van de hele opslagvoorziening.
Knelpunten
- De praktijk leert dat medewerkers van met name RO-afdelingen van een gemeente zich baseren op de risicokaart. Er wordt vanuit gegaan dat deze situatie op de kaart correspondeert met de vigerende onderliggende aanvraag en milieuvergunning. Bij grote opslagen (voorheen CPR 15-2) verandert de ingetekende contour met de komst van Revi III. Ook moet worden geconstateerd dat de ingetekende bedrijfssituatie op de risicokaart niet altijd correct is met de (reeds veranderde) onderliggende milieuaanvraag.
- Het is onduidelijk wat het stikstofpercentage is. Dit staat niet in de aanvraag. Veel parameters waarmee moet worden gerekend, staan niet in de aanvraag.
- Onduidelijk is waar van moet worden uitgegaan. Normaliter is dat hetgeen is vergund op basis van de aanvraag. In Revi III wordt gesproken van "de gemiddelde, meest voorkomende situatie" op basis van een representatieve steekproef.
Leerpunten
- Veel bedrijven die meer dan 10 ton gevaarlijke stoffen opslaan hebben geen contour meer, omdat er geen brandbare stoffen worden opgeslagen. Het bedrijf valt dan ook niet onder het Bevi, maar moet wél op de risicokaart worden gezet volgens het RRGS. Dit dus zonder contour.
- De situatie op de kaart moet kloppend zijn. Hier gaan RO-medewerkers van uit. De gegevens in de aanvraag kloppen dan echter niet met de berekende contour. Er dient in dit geval een ambtshalve wijziging plaats te vinden.