Verslag bestuurlijke conferentie 'Jaar van transport en veiligheid Zuid-Holland 2010'
Samenwerken aan een veiliger Zuid-Holland
Op 8 december kwamen bestuurders, bedrijfsleven, en veiligheidsprofessionals onder leiding van dagvoorzitter mevrouw M. Quint, bijeen op de bestuurlijke conferentie transport en veiligheid in het provinciehuis. De conferentie was een afsluiting van het ‘Jaar van transport en veiligheid Zuid-Holland’ en tegelijkertijd een begin voor verdere samenwerking tussen de vier veiligheidsregio’s in Zuid-Holland.
Klik hier voor het fotoverslag. Hier vindt u een impressie van de informatiemarkt die tijdens de conferentie bezocht kon worden.
Leren van incidenten
De commissaris van de koningin, Jan Franssen, opent de bestuurlijke conferentie door te memoreren aan de frontale botsing van twee goederentreinen bij Barendrecht op 24 september 2009. Een van de treinen was geladen met brandbare chemicaliën. Dit voorbeeld laat zien dat, ondanks veiligheidsmaatregelen van overheid en bedrijfsleven, een ongeval met gevaarlijke stoffen in het dichtstbevolkte en meeste bedrijvige deel van Nederland plaats kan vinden. Het devies luidt dan ook: ‘Hou elkaar scherp! En oefenen oefenen oefenen!’
De heer Borgdorff, Burgemeester gemeente Binnenmaas, sprak uit eigen ervaring over het buisleidingenincidentin Heinenoord. Op 12 oktober 2007 ontstond door graafwerkzaamheden een lek in een buisleiding. Na een steekvlam bleven er blauwe vlammetjes zichtbaar op de grond. In het gemeentehuis werd een beleidsteam geformeerd om de ramp te bestrijden. Achteraf bleek dat er ‘binnen’ (in het gemeentehuis) een onvoldoende goed beeld was over wat er buiten gaande was. De heer Borgdorff ging ook in op de beleving van de burger tijdens het incident. Het bleek dat de burger ‘de sirene’ onvoldoende serieus neemt en dat, op een voorlichtingsbijeenkomst een paar dagen na het incident, de emoties hoog opliepen. De belangrijkste les is dat de impact van de rode auto’s en de sirenes op de beleving van burgers werd onderschat.
Investeren in externe veiligheid
Vervolgens sprak de heer Van Heijningen, gedeputeerde, over de externe veiligheid in Zuid-Holland. In deze provincie lopen dagelijks 690.000 mensen de kans slachtoffer te worden van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De afgelopen jaren is er flink geïnvesteerd in externe veiligheid, met o.a. als resultaat de risicokaart en een professionaliseringsslag in visie, beleid en organisatie. De vorming van Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD) is een belangrijke impuls voor de kwaliteit van vergunningverlening en handhaving. Van Heijningen geeft aan dat overheidslagen samen moeten optrekken om zo het transport van gevaarlijke stoffen nog veiliger te maken. Daarnaast benadrukt hij het belang van snelle communicatie naar de burger ten tijde van een incident. ‘Weg met de bureaucratie, stel de burger gerust en laat weten wat er feitelijk aan de hand is.’
Verantwoordelijkheidsverdeling
Na de toespraak van de heer Van Heijningen ging hij in debat over het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen over het spoor met:
• mevrouw Ruwhof, wethouder gemeente Gouda
• De heer Van Belzen, burgemeester Barendrecht tevens voorzitter platform Transportveiligheid
• Mevrouw Alma, directeur VNCI tevens lid van het bestuurlijk overleg basisnet
Het debat werd gevoerd aan de hand van een aantal stellingen:
- Mogen we Zuid-Hollandse bewoners - vanwege de aanwezigheid van havens en industrie - met hogere risico’s opzadelen dan de rest van Nederland?
- Omwille van de veiligheid zal het bedrijfsleven maatregelen moeten nemen die ten koste gaan van winstmarges.
- Veiligheid en groei van het goederenvervoer is belangrijker dan de bouwmogelijkheden van een gemeente.
Belangrijkste conclusies uit het debat zijn:
- Bouwen is tegenwoordig bewust plannen. Het ruimtelijk beleid streeft naar wonen en werken dicht bij stations om te stimuleren dat meer mensen met het openbaar vervoer gaan. Daarom vindt verdichting plaats op openbaar vervoer knooppunten. Het vervoer van gevaarlijke stoffen door deze gebieden staat haaks op dit beleid.
- Voor Zuid-Holland is het belangrijk dat investeringen worden gedaan in spoorinfrastructuur, om het aantal goederentreinen met gevaarlijke stoffen door binnensteden te beperken. Het is daarbij mogelijk dat er in gemeenten in het oosten van Nederland een, ten opzichte van de risico's in Zuid-Hollandse steden, relatief geringe toename is van de risico's. Deze toename van risico's in het oosten van Nederland is acceptabel omdat de risico's als geheel afnemen.
- Het bedrijfsleven vindt het belangrijk dat transport van gevaarlijke stoffen duurzaam en veilig plaatsvindt en dat Nederland goed bereikbaar blijft om economische redenen. Veiliger vervoer wordt gerealiseerd door treinen zo samen te stellen dat explosieve gassen en brandbare vloeistoffen niet gecombineerd worden. En bovendien speelt de gekozen route een rol. De Betuwelijn is erg geschikt.
- Investeringen van bedrijven in veiligheid betalen zich terug. Veilig transport van gevaarlijke stoffen is een vestigingsfactor voor het bedrijfsleven. De hoge normen kunnen in het voordeel werken van het imago van het bedrijf.
- Voor het bedrijfsleven is het niet verteerbaar dat een individuele gemeente in staat is om maatregelen die landelijk veiligheidswinst opleveren tegen te houden. Het bedrijfsleven is daarom blij met de rol van de provincie.
- Kennisuitwisseling is essentieel. Het platform transportveiligheid stimuleert de kennisuitwisseling, zodat alle belanghebbenden vanuit een gelijk kennisniveau kunnen acteren.
- De kwaliteit van vergunningverlening en handhaving moet beter. Bedrijven vinden het belangrijk dat vergunningverleners en handhavers hun vak verstaan en daarmee volwaardige gesprekspartners zijn.
Samenwerken aan veiligheid
De conferentie werd afgesloten door de heer Brok, burgemeester van Dordrecht, voorzitter van veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid en portefeuillehouder 'Jaar van transport en veiligheid Zuid-Holland'.
De heer Brok gaf in zijn voordrachtaan dat belevingsonderzoeken die in Zuid-Holland Zuid en Rotterdam-Rijnmond zijn uitgevoerd een belangrijke aanleiding voor het 'Jaar van transport en veiligheid' waren. Inwoners realiseren zich dat transport van gevaarlijke stoffen risico's met zich meebrengt en willen daarover graag nader geïnformeerd worden. Risicocommunicatie vormde één van de onderdelen van het jaar van transport en veiligheid. De samenwerking op het gebied van risicocommunicatie vergt overigens verdere investering, vooral in de samenwerking met gemeenten. Er is gezaaid, maar nog niet geoogst.
Met de uitspraak: 'met het Jaar van transport en veiligheid is tussen provincie en vier veiligheidsregio's een verbinding gelegd tussen crisisbeheersing en het voorkomen van rampen via bijvoorbeeld ruimtelijke ordening', onderstreepte de heer Brok het belang van de samenwerking. Bovendien bracht het gezamenlijke jaar focus aan, zowel buiten als binnen de deelnemende organisaties. Een medewerker van een van de veiligheidsregio’s merkte op: ‘de interregionale samenwerking heeft geresulteerd in een betere afstemming met verschillende disciplines binnen de eigen regio. Het Jaar van transport en Veiligheid heeft dit proces versneld'.
De heer Brok ging in op de werkconferentie die in november heeft plaatsgevonden met de drie andere Zuid-Hollandse veiligheidsregio's. Besproken werd een crisis door een schip met gevaarlijke stoffen. Door een aanvaring ontsnapt een gaswolk die meerdere veiligheidsregio's raakt. Dit scenario lag aan de basis voor het bespreken van interregionale afstemming bij veiligheidsregiogrens overschrijdende crises. De voorzitters van de vier Zuid-Hollandse veiligheidsregio's hadden daartoe plaatsgenomen in een 'binnenring'. In de 'buitenring' zaten tal van deskundigen. De heer Brok merkte op dat de 'binnenring' belangrijk is, maar de’ buitenring’ is nog belangrijker. De professionals moeten kunnen rekenen op hun bestuurders. Zij geven samen vorm aan het beheersen van een crisis.
De rol van de provincie is essentieel geweest in het Jaar van Transport en Veiligheid. De provincie heeft laten zien geen wazig bestuursvehikel te zijn maar een verbindende, faciliterende, stimulerende en praktische factor van belang is geweest.
Conclusies
De overall conclusie is dat landelijk gezien de provincie Zuid-Holland voorop loopt met de samenwerking tussen de vier veiligheidsregio’s die de provincie rijk is. Men heeft elkaar ontmoet en gevonden op de relevante aspecten van risicobeheersing en crisisbestrijding rond het thema transport gevaarlijke stoffen. Zuid-Holland geeft hiermee een goed voorbeeld aan andere provincies.

Intentieverklaring
De bestuurlijke conferentie werd afgesloten met de ondertekening van een intentieverklaring. De heren Brok en Lenferink, voorzitters van de veiligheidsregio's Zuid-Holland Zuid en Hollands-Midden ondertekenden samen met de heer Franssen, Commissaris van de Koningin. De heer Franssen tekent mee bij wijze van adhesiebetuiging en in de verwachting dat de samenwerking in de komende periode tot aansprekende resultaten zal leiden. De heer Aboutaleb, voorzitter van de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, had de verklaring al eerder getekend.
Met de ondertekening is een majeure stap gezet op weg naar optimale coördinatie en afstemming bij grensoverschrijdende incidenten en crises.
De belangrijkste les van 'Jaar van transport en veiligheid Zuid-Holland' is dat werken aan veiligheid iets is wat je samen doet. Hiervoor is nodig vertrouwen, elkaar kennen en elkaar in de ogen kijken. Dit is nodig opdat professionals het gevoel krijgen dat hun bestuurders competent zijn. Bovendien, de burger heeft recht op een bestuurder die voorbereidt is op crises en rampen.