De do's en dont's aan de hand van recente jurisprudentie
Christiaan Soer, DHV
Aantal deelnemers: ± 60
Onderwerp
Sinds de inwerkingtreding van het Bevi in 2004 heeft een constante stroom jurisprudentie voor verduidelijking over reikwijdte en werking van dit besluit gezorgd. Wat opvalt, is dat in "ruimtelijke ordenings-jurisprudentie" steeds vaker het onderwerp externe veiligheid een doorslaggevende rol speelt. Het gaat dan om vragen als "Welke ruimtelijke plannen moeten we toetsen?", "Hoe indringend moeten we toetsen?"en "Welke rol speelt de milieuvergunning?". Tijdens deze parallelsessie zijn de hoofdlijnen uit de jurisprudentie en het belang ervan voor de praktijk geschetst.
Samenvatting discussie
Vanaf 2000 is de jurisprudentie over externe veiligheid toegenomen. De meeste jurisprudentie hangt samen met de Wet milieubeheer maar ook steeds vaker met ruimtelijke ordening. Buiten het invloedsgebied is er geen domein voor EV-verantwoording. Ook conserverende ruimtelijke plannen dienen getoetst te worden. En globale plannen dienen globaal getoetst te worden. Er is beleidsvrijheid op het gebied van richtwaarden en andere zaken. Belangrijk is niet de geest van het BEVI te verlaten.